Choose language:
head image

Uitdagingen in Kunduz

Een recent bezoek aan Kunduz heeft een aantal zaken pijnlijk duidelijk gemaakt: het geloof van de Afghaanse bevolking in de internationale troepenmacht is tot een nulpunt gereduceerd, de veiligheidssituatie is verder verslechterd en de Afghaanse autoriteiten in Kunduz geloven zelf ook niet meer in de opbouw van het eigen veiligheidsapparaat zoals het Westen het voorstaat.

De afgelopen jaren is de internationale troepenmacht niet in staat geweest om de Afghaanse bevolking te beschermen en met de dood van Osama bin Laden kan de geplande terugtrekking een extra vaart nemen. Hierbij is de kans aanzienlijk dat kwantiteit boven kwaliteit gaat bij de training van Afghaanse militairen en politieagenten. In Kunduz heeft de bevolking inmiddels stelling genomen: burgers zoeken bescherming bij lokale heersers en niet bij de politie of het leger. De schattingen lopen uiteen maar er zou sprake zijn van zo’n tweeduizend militieleden per district, en Kunduz telt er zeven. Deze milities maken zich schuldig aan tal van misdaden tegen de eigen bevolking en regelmatig komt het tot schermutselingen tussen rivaliserende milities. Dat is wellicht niet verwonderlijk aangezien het meerendeel van de milities geleid wordt door warlords. Het vervreemdende van de huidige situatie is dat het juist de Afghaanse regering is die deze milities steunt. Provinciale authoriteiten hebben het namelijk over een andere boeg gegooid met een koerswijziging: sommige lokale milities worden legitiem verklaard middels het predicaat Afghan Local Police. Die kwalificatie baant de weg vrij voor logistieke ondersteuning, bewapening en een klein salaris. Dit beleid is een tikkende tijdbom en staat haaks op de Nederlandse visie op veiligheid in de Afghaanse provincie. Nederland meent in Kunduz een verschil te kunnen maken door Afghaanse politieagenten een langere training te geven en garanties af te dwingen dat ze niet gaan vechten. Dit is al een onrealistische kijk op de zaak maar wranger is dat de Afghaanse regering haar geld nu heeft gezet op de milities, waarmee het impliciet toegeeft het monopolie op geweld kwijt te zijn, voor zover dat al niet het geval was. De kans is zeer aanzienlijk dat door Nederland getrainde politieagenten het straks moeten opnemen tegen de lokale ‘politie’.

Voor een hulporganisatie die werkzaam is in Kunduz is dit de setting waarin het moet werken. Let wel, het zijn de Afghaanse medewerkers die goeddeels de risico’s moeten nemen, want het handjevol buitenlandse hulpverleners in Kunduz waagt zich niet meer op straat. Er is sprake van een angstige, gespannen sfeer, zowel onder de bevolking als onder de hulpverleners. Het soort onveiligheid dat de Nederlandse kranten haalt, is niet eens de belangrijkste factor die ons werk belemmert. Het is de dagelijkse praktijk van corrupte overheidsfunctionarissen, logistieke problemen door onveiligheid, lokale machtspolitiek en gebrek aan fondsen die ons parten spelen.

Op het moment van het bezoek aan Kunduz besloten lokale Afghaanse autoriteiten om onze grootste loods te sluiten, zonder opgaaf van redenen. In de loods liggen klamboes opgeslagen die verdeeld worden over Noordelijk Afghanistan. Na bemiddeling door de Verenigde Naties werd de loods weer vrijgegeven. Naar later bleek wilden de autoriteiten steekpenningen. Dit is slechts een voorbeeld maar het geeft wel aan dat voor ons vertegenwoordigers van de Afghaanse staat, zij het de politie, het leger of civiele vertegenwoordiging, helaas vaak eerder een vloek zijn dan een zegen.

Het feit dat Nederland wil inzetten op de kwaliteit van de politietraining is op zichzelf uiteraard een goed idee, maar het probleem zit hem in het feit dat de training niet is ingebed in de lokale politieke dynamiek. Het verbeteren van de politie wordt door Nederland, maar ook door Duitsland, gezien als een technische exercitie. Alsof meer middelen en een kwalitatief betere training corruptie zouden kunnen indammen en een betere veiligheid zouden opleveren. Die zienswijze is naïef. Hoe ruim de middelen ook zijn en hoe goed de training ook is, patronage netwerken zijn van veel groter belang voor het goed of slecht functioneren van overheidsdiensten en -functionarissen. Gevraagd naar wie de macht heeft over de politie in Kunduz, zal niemand antwoorden dat dit de hoofdcommissaris is. Het is namelijk de vicepresident van Afghanistan, Fahim, die werkelijk aan de touwtjes trekt. Om kort te gaan: de problemen rond het slecht functioneren van de politie hebben vooral een politiek karakter.

Zolang Nederland een politiek probleem technisch te lijf gaat, is de kans nihil dat de politie beter gaat functioneren dan nu het geval is. Dit is een zure constatering want de bevolking van Kunduz snakt naar een veiliger leefomgeving en de hulpverleners ook.


Stefan van Laar - Contextadviseur bij HealthNet TPO

Achtergrond: Culturele antropologie/niet-westerse sociologie, ontwikkelingsstudies (post-doc).

Onderzoeken en publicaties op het gebied van militaire cultuur, civiel-militaire relaties, reïntegratie ex-strijders, Defense, Diplomacy and Development (3D) en beach boys.

 

 


HealthNet TPO| Lizzy Ansinghstraat 163|1072 RG| Amsterdam|The Netherlands| T: +31 20 620 00 05| E:
facebook twitter linkedin youtube
CBF keur voor goede doelen
CBF keur voor goede doelen