Choose language:

Piraten en hongerlijders

Amsterdam, 22 juli

In vakantieperiodes is het extra ongemakkelijk om over het acute lijden van anderen te horen. Nog erger is het, wanneer achter dat dagelijks nieuws erg onsmakelijke verbanden schuil gaan. Zoals bij de catastrofe in Somalië, die gewoon het gevolg lijkt van enorme droogte. Maar dat is maar een deel van het verhaal – en jammer genoeg het deel dat het makkelijkst opgelost had kunnen worden.

De veel moeilijker aan te pakken oorzaak, is de politieke impasse waarin het land zich al decennia bevindt: vanaf 1991 is er in feite geen regering die de bevolking van Somalië ten dienste staat. Sinds de val van dictator Mohamed Siad Barre in dat jaar, hebben tribale leiders het land ontwricht. De huidige overgangsregering ‘TFG’ maakte in 2006 een einde aan het regime van de ‘Raad van Islamitische Rechtbanken’, maar zij slaagde er niet in ook maar het begin van een rechtstaat te vormen.

Voortdurende onveiligheid leidt tot gebrek, tot verval van onderlinge verhoudingen, tot een overlevingsdrang die gepaard gaat met schaamteloosheid en straffeloosheid, en uiteindelijk tot eigenrichting en misdaad. Deze vicieuze cirkel veroorzaakt steeds meer wetteloosheid en daardoor steeds meer gebrek. Pas wanneer de misdaad zich uiteindelijk over de grenzen van het land begeeft volgt eindelijk een internationale reactie. Dat gebeurde toen Somaliërs overgingen tot piraterij.

We zijn al lange tijd betrokken bij Somalië, maar willen het kennelijk niet weten. De internationale gemeenschap besteedt sinds 2002 zo’n 1.5 miljard euro per jaar aan patrouilles voor de Somalische kust. Daarnaast worden tientallen miljoenen uitgegeven aan berechting van opgepakte piraten. De Nederlandse antropoloog John Kleinen raadde de NATO enkele jaren geleden al aan om activiteiten niet tot de zee te beperken: hij had ontdekt dat dit nog nooit in de geschiedenis van de piraterij – waar Nederlanders zeer goed in thuis zijn – tot resultaat had geleid. Een paar maanden geleden leek men eindelijk bereid zijn raad ter harte te nemen, toen afgelopen mei defensieminister Hillen met zes Europese collega’s in Brussel aangaf de piraterij in de Somalische wateren harder te willen aanpakken. Al maanden werd toen gesproken over een aanpak die verder ging dan af en toe een schip de pas afsnijden; piraten zouden al in de havens van Somalië moeten worden aangepakt, en desnoods op het land.

Was het maar gebeurd, zou je denken. Dan was misschien eerder aandacht geweest voor de droogte en catastrofale hongersnood die nu huishoudt. De droogte is zonder enige twijfel een factor van groot belang, maar iedereen weet inmiddels dat misdadig gedrag van leiders een nog belangrijker factor is. De achterliggende oorzaak van de piraterij is dus dezelfde als die van de huidige hongersnood, die de levens van honderdduizenden mensen verwoest. Want je hoeft niet dood te hongeren om toch de rest van je te leven te moeten leven met de consequenties van verlies van familieleden, geliefden, huis en haard, en van alle waardigheid en sociale geborgenheid.

De hulporganisaties zijn weer aanwezig, en hoe broodnodig die aanwezigheid ook is, ook die vraagt zijn tol. Mensen raken overgeleverd aan hulp waar ze niets over te zeggen hebben. Ze worden bekeken, betast, geregistreerd en gevoed – hoop je. En dat is maar goed ook. Het is echter ook bekend wat het aanricht voor het gevoel van eigenwaarde en het vermogen het leven zelfstandig weer op orde te krijgen.

De ‘staat’ Somalië bestaat uit wel tien verschillende delen die door facties worden bevochten zonder enige aandacht voor het welbevinden van de bevolking. De ‘Shabab groep’, tribale leiders en de interim regering dragen verantwoordelijkheid voor deze tragedie. Vooral de Shabab groep heeft geweigerd hulp toe te laten en belemmert mensen hulp te gaan zoeken. 43% van de bevolking is nu afhankelijk van humanitaire hulp en ruim 1 miljoen mensen zijn ontheemd. De gevolgen voor de toekomst zijn nog vele malen erger. De leiders van Somalië maken zich hiermee schuldig aan misdaden tegen de menselijkheid. Je zou denken dat dit voldoende moet zijn om aan de volgende redenering te voldoen:

1.    De Staat draagt ​​de primaire verantwoordelijkheid voor de bescherming van haar bevolking tegen genocide, oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en etnische zuiveringen;

2.    De internationale gemeenschap heeft een verantwoordelijkheid om lidstaten bij te staan ​​in het vervullen van deze verantwoordelijkheid;

3.    De internationale gemeenschap moet daarom de juiste diplomatieke, humanitaire en andere vreedzame middelen inzetten om de bevolking tegen deze misdaden te beschermen. Indien een Staat haar bevolking niet beschermt, wordt zij in feite de dader van misdaden en moet de internationale gemeenschap bereid zijn strengere maatregelen, waaronder het collectief gebruik van geweld door de VN-veiligheidsraad, te nemen.

Dit zijn de richtlijnen die in 2005 vastgesteld werden op de wereldtop van de Verenigde Naties. Er werd toen een nieuwe norm voor veiligheid en mensenrechten vastgesteld, om te voorkomen dat de internationale gemeenschap er niet in slaagt misdaden tegen de menselijkheid aan te pakken. Als reactie op het falen bij genociden zoals in Rwanda, is de groep INTERNATIONAL COALITION FOR THE RESPONSIBILITY TO PROTECT (ICRtoP) opgericht om een nieuw geweten voor de internationale gemeenschap vorm te geven. Deze groep rapporteert rechtstreeks aan de secretaris Generaal van de Verenigde Naties.

Je zou hopen dat de groep nu van zich laat horen en iets kan doen aan de heersende lethargie bij politieke besluitvormers. Want ondanks de hulpverlening wordt aan de oorzaken van het probleem niets gedaan. Van de toegezegde hulp door overheden, is nog niet de helft daadwerkelijk betaald. We betalen inmiddels - ook Nederland - ruimhartig voor ons eigenbelang, zoals de bescherming van onze koopvaardij (bijvoorbeeld de €2,5 miljoen voor vier maanden inzet van Hr. Ms. Zeven Provinciën bij de missie “Allied Protector” in 2009). Als we nu slimmer worden, bestrijden we voor een fractie van dat geld de oorzaak van piraterij en hongersnood tezamen. Door de Somaliërs te voorzien van basisdiensten, waarmee we de verschillende overheden tot minimaal fatsoen kunnen dwingen.


 Door Willem van de Put - Algemeen Directeur HealthNet TPO

 

 


HealthNet TPO| Lizzy Ansinghstraat 163|1072 RG| Amsterdam|The Netherlands| T: +31 20 620 00 05| E:
facebook twitter linkedin youtube
CBF keur voor goede doelen
CBF keur voor goede doelen