Choose language:

“Alle heil aan MKB’ers is een zwaktebod”

Willem van de Put, directeur van HealthNet TPO wil graag positief reageren op de nota van Lilianne Ploumen maar dan in een ‘kader van onbegrip.’ Waar de Engelsen en Noren volgens dezelfde analyse als het Nederlandse kabinet kijken naar de ontwikkelingen in de wereld en hun budget voor internationale samenwerking om die reden juist verhogen, bezuinigt Nederland een miljard en presenteert dat als ‘nieuw beleid.’ Het moet niet gekker worden.

De plannen van minister Lilianne Ploumen zijn bekend. Zelf spreekt zij graag van een nieuwe agenda en het verstaan van de tekenen des tijds. HealthNet TPO herkent in de nota een aantal wegen die al ingeslagen zijn, naast uitgesleten paden. Partners worden vooral in het bedrijfsleven gezocht, handel is belangrijk. Daar is weinig nieuws aan. Wat wel nieuw is, is de beperking van de rol voor maatschappelijke organisaties. Die krijgen minder geld om zo beter als ‘waakhond’ op te kunnen treden. Het belang van vrouwenrechten en seksuele gezondheid en rechten blijft overeind.

Prachtige vergezichten in een rouwrand
Zoals de nota prachtige vergezichten inkadert in een rouwrand van noodzakelijke bezuinigingen, proberen wij positief te reageren, maar in een kader van onbegrip. Want de belangrijkste economen in de wereld geven aan dat bezuinigen niet de oplossing is voor de huidige crisis. Waar de Britten en Noren de tekenen des tijds juist zien als reden voor versterking van de internationale hulpagenda, schrapt Nederland een miljard en presenteert dat als ‘nieuw beleid’.

Ploumen heeft gelijk als ze stelt dat de wereld enorm veranderd is sinds de jaren van Jan Pronk. Juist daarom moeten nieuwe manieren gevonden worden om de allerarmsten erbij te betrekken. Maar de nota grijpt toch vooral terug op oude ideeën. Met de nadruk op gebonden handel blijven de allerarmsten buiten beschouwing. Nog belangrijker is misschien het ontbreken van toenemend inzicht in de globale verbanden tussen de private sector en de publieke zaak.

Maar we weten dat we een neoliberale regering hebben die duurzaam coalitiebeheer als hoogste ideaal heeft. Laten we dus zakelijk blijven, en vast een beetje de door de minister gewenste waakhond spelen. Dat economische uitsluiting niet meer tussen continenten, maar binnen steden overal ter wereld plaatsvindt, en dat de ‘remittances’ binnenkort vier maal het volume van de hulp bedragen, relativeert het belang van de hulpagenda van de overheid. Wat is er dan te zeggen over de keuzes die gemaakt zijn in het licht van die onontkoombare relativering van de hulp?

Innerlijke tegenspraak van de coalitie
Het eerste dat opvalt, is hoe deze nota doortrokken is van de innerlijke tegenspraak van de coalitie. Het woord ambitie komt 16 keer in de nota voor, het woord bezuinigingen 21 keer. De spanning tussen VVD en PvdA is in elke alinea te vinden. Nu is de exegese van overheidsstukken toch al niet makkelijk – maar met deze spanning wordt de nota een oefening in herkennen van contradicties, waarvan hieronder een paar voorbeelden volgen.

Een fundamenteler probleem is de in de nota ingebakken notie van ‘public good’ en de privatiseringsgedachte. Dat aan zes Internationale Publieke Goederen (IPG’s) aandacht zal worden besteed door middel van vier speerpunten is ambtelijk proza waar je altijd even aan moet wennen. Dat ‘migratie’ ineens als internationaal ‘public good’ opduikt, maar verder niet genoemd wordt, doet budgetvervuiling vermoeden. Steeds meer geld van deze begroting zal door andere ministeries gebruikt gaan worden, en dat hoeft helemaal niet erg te zijn. Dat de uitvoering van beleid voor een belangrijk deel van maatschappelijke organisaties naar het midden- en kleinbedrijf wordt overgeheveld is meer bijzonder. De strijd met de VVD is verloren, en deze nota laat zich dan ook lezen als schaamlap voor handelsbevordering in lage inkomenslanden.

Cordaid het beste voorbereid op plannen Ploumen
Hoe dat ook zij, Cordaid, dat zich tot een verzameling businessunits heeft omgevormd, lijkt het best voorbereid te zijn op de plannen van Minister Ploumen. Tegelijkertijd geeft de transformatie bij Cordaid en andere organisaties een trend weer waarin steeds meer organisaties een‘hybride’ karakter krijgen. De populariteit van ‘social entrepreneurship’ wijst ook in die richting. Maar sociaal ondernemen blijft ondernemen. En ondernemen blijft iets anders dan het dienen van de publieke zaak. En wat NGO’s gaan presteren die zich als ondernemer opstellen, is nog niet duidelijk.

Het belangrijkste probleem in deze nota is daarom de verwarring, al dan niet opzettelijk, van het publieke en private domein. Wij zijn groot voorstander van een grotere rol voor de private sector in gezondheid in Afrika. Dat handel en hulp op allerlei manieren effectief samen kunnen gaan is ook het probleem niet. Bedrijfsmatige processen, op basis van resultaat en harde afrekening, vormen absoluut vooruitgang in deze branche. Maar rechten kun je niet privatiseren.

En terwijl de nota zelf het begrip ‘duurzaam’ toevoegt om te laten zien dat ‘groei en een rechtvaardige verdeling niet automatisch samengaan’, weten we allemaal dat groei niet vanzelf samengaat met duurzaamheid. ‘Groei’ kan op allerlei manieren worden gedefinieerd, maar of de definitie van het midden- en kleinbedrijf nu de meest effectieve is om de internationale publiek zaak te dienen is de vraag. Terwijl het samengaan van hulp en handel als vernieuwd consistent beleid wordt gepresenteerd, ligt in de nota zelf de tegenstelling opgesloten.

Kind met badwater weggespoeld
Het kind dat met het badwater van verandering wordt weggespoeld is de mogelijkheid, en de noodzakelijkheid, om maatschappelijke veranderingen te ondersteunen. Dat hoeft niet per se door traditionele Noordelijke NGO’s gedaan te worden. Maar het is raar dat ‘belang van vrouwenrechten’ overeind blijft staan, terwijl de handen en voeten ervan, zoals onderwijs en good governance, worden afgekapt. Als troost voor de OS-branche zegt het ministerie zich te richten op strategische partnerschappen ‘die ruimte bieden aan vernieuwende en gewaagde initiatieven van maatschappelijke organisaties’.

Dat woord partnerschappen riekt naar geld voor luiers en melkpoederbedrijven. Voor de maatschappelijke organisaties zal minder geld beschikbaar zijn. De nog beschikbare middelen worden ten dienste van Nederlandse bedrijven gesteld. Het ‘midden& en kleinbedrijf zal worden geholpen bij het binnenhalen van opdrachten bij internationale instellingen’.

Cynische noot
Er zit ook een cynische noot in de nadruk die Ploumen legt op het non-gouvernementele karakter van de maatschappelijke organisaties. Als ze iets te bieden hebben op het vastgelegde terrein van de resterende speerpunten, moeten ze wel echt non-gouvernementeel zijn. Maar ze weet goed dat de huidige rol van NGO’s in bijvoorbeeld wederopbouwsituaties substantieel meer is dan die van een onbetaalde waakhond. Daarom moeten ook NGO’s zich in het tendercircuit voor opdrachten van grote internationale instellingen begeven. Zou nu bedoeld worden dat het non-gouvernementele karakter sommige clubs uitsluit van overheidssteun bij het binnenhalen van die opdrachten? Denkt de minister dan een waakhond zonder contracten beter functioneert? Wordt het dan niet een loslopend keffertje?

De verbinding met de werkelijke grote thema’s in de wereld wordt nu gemist: er wordt gezegd dat de wereld erg veranderd is, maar het antwoord van deze regering stamt uit de jaren vijftig van de vorige eeuw. Om iets te betekenen voor de armsten in de wereld is een glashelder begrip nodig van het onderscheid tussen wat de publieke zaak behelst, en waar de private sector allemaal toe in staat is.

We zien geen ideeën over hoe overheden zichzelf moeten legitimeren – Rwanda staat gewoon weer hoog op de lijst. We horen niets over de wijze waarop de ‘publieke zaak’ zich organiseert, buiten de behoefte aan waakhonden om. Vernieuwende mogelijkheden die bijvoorbeeld het enorme belang van de diaspora’s en de landen van herkomst met de IT revoluties verbinden worden niet genoemd. Nogmaals, dat we de Nederlandse bijdragen zoveel mogelijk willen verplaatsen van Nederlandse MFO kantoren naar de landen zelf, is terecht. De Nederlandse branche moet zich gronding hervormen, en doet daar wel erg lang over. Maar de kans om een werkelijk globaal perspectief te hanteren wordt nu helaas verspeeld ten gunste van domweg een andere sector in Nederland.

Gevangen in twee schillen
De nota lijkt dan ook op een harde kern die gevangen is in twee schillen. De buitenste schil is de mantra van bezuinigen die internationaal wordt betwist. De binnenste schil bestaat uit de tegenstellingen binnen de regeringscoalitie en de dwang tot delen met andere ministeries. En binnen de uiteindelijke kern vinden we goede bedoelingen voor minder geld. De oplossing daarvoor blijkt dat het MKB nu mag proberen te doen waar de NGO’s niet in geslaagd zijn.

Dat is nauwelijks een echte visie – dat is op filosofisch vlak een fout, op politiek gebied een zwaktebod, en op ontwikkelingsvlak…tja, irrelevant.

 


Willem van de Put – Extern directeur HealthNet TPO

Achtergrond – Willem studeerde geschiedenis, filosofie en culturele antropologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij specialiseerde zich in medische antropologie en voerde als medisch antropoloog diverse veldopdrachten uit in Nicaragua, Oeganda en Cambodja. In 1995 vertrok hij naar Cambodja, alwaar hij programmadirecteur werd voor de Transcultural Psychosocial Organization (TPO) en een ‘community mental health’ programma opzette. In Cambodja werd hij gekozen als voorzitter van het stuurcomité van MEDICAM, een Cambodjaans platform voor ruim 90 internationale en lokale NGO’s werkzaam op het gebied van gezondheid. In 1997 en 1998 was hij tevens gastdocent voor Medische Antropologie op de Universiteit van Phnom Penh. Toen hij terugkeerde naar Nederland, werd Willem directeur van Healthnet International, dat later fuseerde met TPO tot het huidige HealthNet TPO.  

 


HealthNet TPO| Lizzy Ansinghstraat 163|1072 RG| Amsterdam|The Netherlands| T: +31 20 620 00 05| E:
facebook twitter linkedin youtube
CBF keur voor goede doelen
CBF keur voor goede doelen